Sensorimotor Psychotherapie; trauma en het lichaam

Binnen de Sensorimotor Psychotherapie (SP) en de behandeling van trauma staat het lichaam centraal. Trauma wordt gezien als een ontregeling van het autonome zenuwstelsel (ANS). Een overweldigende potentieel traumatische gebeurtenis leidt tot een hevige reactie van het ANS en een inhibitie van corticale functies en hippocampus. De vecht- of vluchtrespons (ANS) kan door de overweldigende en bedreigende aard van de gebeurtenis niet of slechts deels gemaakt worden. Deze impuls blijft dan geblokkeerd bestaan en is merkbaar in het lichaam middels chronische patronen in houding en beweging en in een snelle mobilisatie van het ANS in reactie op trauma gerelateerde triggers. Het limbisch systeem (emoties) en de cortex worden door het ANS als het ware bottom-up “gegijzeld”. Emoties en cognities komen in het teken te staan van de geblokkeerde of bevroren reactie van het ANS.
Topdown (cognitieve) interventies kunnen helpen om de traumatische reacties te “managen” maar zullen niet leiden tot een verwerken en assimileren van de geblokkeerde ANS respons.
Binnen de SP wordt met de cliënt gewerkt aan het bewustworden van lichamelijke sensaties om uiteindelijk te komen tot de respons die ten tijde van het trauma door het lichaam gemaakt had willen worden. Dit kan door een vrijwillige beweging of door een onvrijwillige beweging in de vorm van trillingen of spontane bewegingen.
Bij de verwerking van een traumatische gebeurtenis is het essentieel dat de emotionele intensiteit en fysiologische arousal binnen de Window of Tolerance blijft. De cliënt moet daartoe beschikken over voldoende spanning-regulerende vaardigheden zodat de ervaren spanning niet leidt tot een ontregelende autonome arousal in de vorm van hyperarousal of van hypoarousal. Hyperarousal wordt onder meer gekenmerkt door hoge waakzaamheid/alertheid, intrusieve beelden, gedesorganiseerd cognitief functioneren, emotionele reactiviteit. Hypoarousal wordt gekenmerkt door een meer afwezigheid van sensaties, emotionele vlakheid/numbing en afgenomen fysieke beweging.

Wanneer trauma op het niveau van het ANS verwerkt wordt, zullen emotionele – en cognitieve functies niet meer bottom-up “gegijzeld” worden door een ontregelde ANS.
In komende artikelen zullen belangrijke therapeutische aspecten van SP belicht worden. Mindfulness (meer specifiek Relational Mindfulness, zie volgend artikel), het ontwikkelen van somatische hulpbronnen, en het ontvlechten van emotionele- en cognitieve trauma responsen van somatische traumatische responsen zijn hier alvast enkele voorbeelden van.

Bronnen:
Ogden, P.Minton & Pain (2006) Trauma and the body
Ogden, P. Fisher, J. (2015) Sensorimotor Psychotherapy, interventions for trauma and attachment

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *