Mindfulness in Sensorimotor psychotherapie

Mindfulness kan omschreven worden als “the awareness that emerges through paying attention on purpose, in the present moment and non-judgementally to things as they are” (Williams, Teasdale, Segal & Kabat -Zinn, 2007 in Ogden 2015). Dit zou vertaald kunnen worden in “Mindfulness is het bewustzijn dat verschijnt door doelgericht aandacht te hebben, zonder oordeel, voor het huidige moment”. Ogden (2015) geeft aan dat veel definities ook de houding van openheid en ontvankelijkheid voor wat zich aandient, zonder voorkeur, bevatten. Ze verwijst hiervoor naar Goldstein & Kornfield (1987).
De vorm en structuur waarin mindfulness in de gangbare mindfulness trainingen beoefend wordt, is in veel gevallen niet geschikt voor mensen met psychotrauma. Een solitaire beoefening, in stilte met een open en ontvankelijke houding voor wat er in de aandacht verschijnt; als we aan mensen met psychotrauma vragen dit te doen dan is de kans groot dat ze overspoeld worden met innerlijke ervaringen en zullen ontregelen (naar Ogden, 2015)
Hoe wordt mindfulness dan benut in SP? Allereerst dit: kenmerkend voor psychotrauma is dat traumagerelateerde externe en interne triggers tot een snelle ontregeling in de arousal leiden. Hyperarousal of hypoarousal beheersen dan de interne ervaringen van de cliënt. Het gevoel van veiligheid verdwijnt, alsmede de mogelijkheid om zichzelf te reguleren en om de omgeving en de ander als veilig te ervaren. In therapie die tot doel heeft trauma te verwerken en te integreren zal de trauma inhoud echter wel opgezocht moeten worden. Zoals van der Kolk stelt “ clients need to deal with the internal residues of the past”. Mindfulness ondersteunt dit door cliënten te leren om zich te oriënteren en de aandacht te richten op de effecten van deze traumatische gebeurtenissen zoals ze zich aandienen in het huidige moment. Echter zoals al eerder gesteld; een open en ontvankelijke houding voor alles wat zich aandient in het hier en nu kan bij mensen met psychotrauma leiden tot ontregeling. Om ontregeling te voorkomen en tegelijkertijd verwerking mogelijk te maken wordt daarom in SP gebruik gemaakt van directed mindfulness en relational mindfulness. Het zal hieronder duidelijk worden wat daarmee wordt bedoeld en hoezeer ze met elkaar samenhangen.
“Directed mindfulness” wordt door Ogden omschreven als het zorgvuldig en vastberaden dirigeren of brengen van de aandacht van de cliënt naar één of meer specifieke interne ervaringen van het huidige moment (cognitie, emotie, zintuigen, beweging, interoceptie). Welke interne ervaring gekozen wordt hangt af van het specifieke therapeutische doel van dat moment of van die sessie (verwerking of stabilisatie). Als, bijvoorbeeld, een cliënt reageert met hyperarousal op het horen van een brandweer sirene dan kan de therapeut de aandacht van de cliënt bewust naar de benen brengen in plaats van naar de door de sirene gegenereerde beelden, om gronding en stabilisatie te bevorderen.
Hierboven werd al beschreven hoe de aandacht van de cliënt gestuurd kan worden (directed) naar deelaspecten van deze ervaringen in het hier en nu. De trauma inhoud moet in kleine behapbare stukjes bewust ervaren worden terwijl de cliënt ook tegelijkertijd veiligheid moet kunnen ervaren. En hierin speelt relational mindfulness een cruciale rol.
Ogden (2015) omschrijft “relational mindfulness” of “embedded relational mindfulness” als een gedeelde, hier en nu, relationele en verbale activiteit die plaatsvindt tussen cliënt en therapeut. De therapeut maakt de cliënt opmerkzaam van specifieke elementen van de interne huidige ervaring waarbij de cliënt verbaal rapporteert wat hij/zij opmerkt. Therapeut en cliënt zijn beiden opmerkzaam oftewel mindfull van hoe de interne ervaringen van de cliënt zich in het huidige moment ontvouwen. In een vertraagd tempo en in samenwerking en nieuwsgierigheid worden elementen van het hier en nu ervaring van de cliënt onderzocht. Siegel (2010)merkt hierover op “mindfulness is an active search proces in the field of awareness”.
De gedeelde opmerkzaamheid is van groot belang voor de therapeut om de juiste keuzes te maken in waar de cliënt de aandacht wel en niet op dient te richten (directed mindfulness). Voorts beoogt de relational mindfulness het vergroten van de relationele veiligheid tussen cliënt en therapeut. Dit is cruciaal omdat in het werken met trauma, onveiligheid, als gevolg van vroegere conditionering, snel ervaren zal worden. De angstsystemen van het brein stimuleren in dat geval het autonome zenuwstelsel tot een vecht-of vluchtrespons of een bevriezingsreactie. Het sociaal interactiesysteem als onderdeel van het autonome zenuwstelsel komt hierdoor onder druk en raakt geïnhibeerd, onveilige gevoelens in het hier en nu worden nu nog sterker ervaren. De noodzakelijk te ervaren veiligheid in de therapeutische relatie komt hiermee verder in het geding.
Relational mindfulness draagt bij aan het verstevigen en (vroegtijdig) herstellen van het social interactiesysteem binnen de therapeutische relatie. Het therapeutisch kontakt is optimaal veilig door een voortdurend verbaal kontakt-maken van de therapeut met de ervaring van de cliënt, door de cliënt aan te sporen bij de specifieke ervaring te blijven en door nieuwsgierigheid en openheid naar de specifieke elementen van de ervaring te stimuleren. Voorts wordt snel gesignaleerd wanneer de ervaren angsten en spanningen te groot worden en kan hierop geïntervenieerd worden. Hierdoor kan de cliënt tegelijkertijd pijnlijk materiaal in het hier en nu onderzoeken en tegelijkertijd genoeg veiligheid ervaren om door te gaan met het therapeutische proces.
In de volgende blog zal bovenstaande verduidelijkt worden aan de hand van een uitgeschreven deel van een sessie.